Previews

Lijvige biografie over Erich Ludendorff verschenen!

Erich Ludendorff
Een biografie
ISBN: 978946338218

Fragment:

Hoe totaal Ludendorff bereid was oorlog te voeren, was toen al duidelijk geworden. Zijn rol in de onbeperkte duikbootoorlog, evenals in de revolutionering van Rusland, is groot geweest. Met name die met betrekking tot de Russische revolutie is tot nu toe niet erkend. Wat betreft de duikbootoorlog zullen we zien dat het besluit hier oneigenlijk werd genomen. De maritieme argumenten werden ondergesneeuwd door de militair continentale wensen van Ludendorff. Onderzeeërs dus om het gestagneerde westfront open te breken. Dit alles zou desastreus zijn. Onderbelicht is ook Ludendorffs rol geweest rond de oorlogseconomie, waar hij als bevelhebber in ‘Oberost’ (noordelijk deel oostfront) al ervaring mee opdeed, en zijn rol op andere aspecten van de oorlogsvoering, zoals te werkstelling en propaganda.

Na de oorlog volgde de breuk. De eens zo gevreesde militaire leider werd als gevolg van de Radenrepublieken een vluchteling. Vanuit Zweden kijkt hij terug op het dramatische verloop van de oorlog en de Vrede van Versailles dat als een diepe vernedering werd beschouwd. De keizer is verdwenen en Duitsland zoekt een nieuwe weg. Ludendorff was een icoon uit het verleden maar met een naam met historische klank. De reactionairen zagen hun kans schoon en Ludendorff werd de centrale figuur van een aanhoudende opstand tegen de republiek van Weimar. De drijvende kracht was zijn geloof in de dolkstootlegende; Duitsland was niet aan het front verslagen maar door verraad in het achterland. Deze gedachte maakte Ludendorff, vaak vanuit de coulissen, de stuwende kracht achter staatsgrepen, (‘Ruf’)moorden en propaganda. Dit tweede deel van zijn leven stond in het teken te verklaren waarom Duitsland de oorlog had verloren en door wiens verraad. Een hand in eigen boezem was geen optie. In de loop de jaren zou Ludendorffs rücksichtslose vervolging van zijn vijanden leiden tot steeds sektarischer gedrag. Vanaf 1925 ging het daarom bergafwaarts met zijn macht en invloed.

Ludendorff en de om hem heen gegroepeerde ‘Freikorpsen’ en ‘groot-Duitsers’ vormden de drijvende kracht aan de basis van de carrière van Hitler en de NSDAP. Hitler, ontdekt als redenaar, werd door ‘das Militär’ de politiek in gekatapulteerd, en de beide mannen trokken enige jaren zij aan zij op. Bij de voor Ludendorff desastreus afgelopen presidentsverkiezingen en sinds zijn kennismaking met zijn sektarische tweede vrouw dr. Mathilde von Kemnitz, vond de omslag plaats. Ludendorff trok zich meer en meer terug uit de praktische politiek, en richtte zich op zijn eigen wereld.

Binnen de ‘Tannenbergerbund’ en een nieuwe godsdienstinterpretatie, de ‘Bund Deutscher Gotterkenntnis (Ludendorff) e.V’. bond hij de strijd aan met iedereen die hij voor schuldig hield aan het Duitse ongeluk; joden, communisten, vrijmetselaars, katholieken en occultisten. Dit optreden kreeg steeds bizardere trekken waardoor zijn aanhang snel in omvang afnam. Toch ging de roem van Tannenberg nooit helemaal verloren en kon ook Hitler, die veel last had van de erg principiële Ludendorff, zich nimmer helemaal losmaken uit diens fascinatie. Ludendorff en Hitler bestreden elkaar, maar uiteindelijk werd, bijna op het sterfbed van Ludendorff de hand weer gereikt. Nog maar kort daarvoor had generaal Beck en andere hoge militairen Ludendorff nog gesmeekt het voortouw te nemen in een putsch tegen Hitler. Ludendorff, die zijn krachten voelde slinken, en reeds twee revoluties op zijn naam had – de Russische even niet meegerekend – zag daar na lange aarzeling vanaf. Ludendorff koos voor de veiligheid van zijn tweede vrouw en zijn Ludendorffers die hem tot dan toe waren trouw gebleven. In december 1937 stierf hij en Hitler koesterde zijn bevelhebber uit de loopgraventijd met een staatsbegrafenis. In Tutzing, aan de Starnbergersee, vond Ludendorff, tegen Hitlers wens in, een laatste rustplaats.

Geschiedenis wordt altijd achteraf geschreven. Door Hitlers prominente rol vanaf 1933 is de aanstuwende rol van Ludendorff al snel uit het zicht geraakt. Zijn toenemend wereldvreemd sektarisme vanaf 1925 was daar ook debet aan. Toch laat zich Hitlers opkomst niet goed verklaren zonder de historische figuur Ludendorff. Hitlers ´missing years´ waren in feite de jaren van Ludendorff. Moge dit boek hier een correctie op zijn.

Hoe komt een historicus tot een onderwerp? Toen enige jaren terug een bundel uitkwam met mijn belangrijkste stukken over de Tweede Wereldoorlog leek achteraf gezien wel of er een voorbedacht plan had bestaan. Onbewust grepen de onderwerpen in elkaar. Van groot belang was een studie van Eberhard Jäckel waar ik in mijn studietijd mee werkte; Hitlers Weltanschauung. Jäckel rekende af met Hitler als ‘raadsel’ en plaatste zijn politieke opereren in de lijn van diens overtuigingen. Hij nam het kwaad serieus. De ideologie van het nationaalsocialisme spitste zich toe op twee centrale punten; de oorlog tegen de joden en de verovering van ‘Lebensraum’.

Een van mijn allereerste boeken ging over Hongarije 1944-1945 en vormde in feite de synthese van Jäckels stelling. In Hongarije hadden zich de laatste joden van Hitlers ‘Festung Europa’ verscholen. Gezien het feit dat Horthy’s Hongarije een bondgenoot was van nazi-Duitsland voerden zij een eigen jodenpolitiek, die weliswaar antisemitisch was, maar niet overging tot de vernietiging van de joodse gemeenschap. Pas na de militaire bezetting van dat land in maart 1944 ging de Holocaust van start. De Hongaarse joden behoorden tot de laatsten die naar de vernietigingskampen gingen. Daarnaast stonden de Duitse militaire inspanningen in 1944-1945 in het teken van de grondstoffen. Olie stond voor Hitler in zijn ‘Lebensraum’-concept altijd met hoofdletters geschreven, en men probeerde zowel de Hongaarse olievelden ten zuiden van het Balatonmeer te behouden als die in Roemenië bij Ploesti ter heroveren. Dit plan was veel te ambitieus, en nog voor men de rivier de Donau kon bereiken startte de Weense operatie van het Rode Leger op 16 maart 1945.

Hongarije vormde door deze beide elementen het praktijkvoorbeeld van Jäckels stelling. Het was dus van belang deze speerpunten van Hitlers ideologie en beleid te volgen, want Hitler hield er zich consequent aan. Dit leidde er uiteindelijk toe dat ik via het boek Hitlers Lebensraum, later heruitgegeven onder de titel De geopolitiek van het Derde Rijk, me ben gaan bezig houden met de gedachten en ‘legitimatie’ achter de Duitse veroveringsplannen van vooral Oost-Europa, dat het ‘Kontinentalimperium’ van nazi-Duitsland moest helpen vormen. Het is tot op de dag van vandaag opmerkelijk hoe weinig er over deze pijler van het nazisme geschreven is, terwijl er bibliotheken vol bestaan over de Holocaust.

In mijn dissertatie over Karl Haushofer heb ik onder begeleiding van prof. Henri Beunders de meest markante invloedrijke geopoliticoloog uit die dagen nader uitgewerkt. Tijdens het werken aan het boek Hitlers Lebensraum stuitte ik al op de figuur Erich Ludendorff, die ik, net als zijn andere biografen, natuurlijk vooral kende vanuit zijn positie in de Eerste Wereldoorlog. Mijn interesse en verbazing groeiden echter nadat ik me meer en meer bewust werd van zijn grote invloed, ook na 1918, voornamelijk in de ‘Grundlage Arbeit’ die hij in feite verrichtte voor het antisemitisme van het nazisme. Zijn betrokkenheid bij de verspreiding van De Protocollen van de Wijzen van Sion en het verbinden van zijn historische naam aan deze zaak en bovenal de link tussen de ‘dolkstootlegende’ en het antisemitisme, waren van fundamentele betekenis voor het later invoeren van de jodenpolitiek van het nazisme. Dat Ludendorff vervolgens ook nog betrokken was bij de revolutionering van Rusland, het doorlaten van de geblindeerde trein van Lenin naar St.Petersburg, en het OHL actief betrokken was bij de planning en financieren van de revolutie via steun aan Israël Helphand (‘Parvus’) maakte Ludendorff tot een spilfiguur in de geschiedenis.

Als men met zevenmijlslaarzen Ludendorffs rol zou moeten typeren zou je kunnen zeggen: zonder Ludendorff geen Lenin en zonder Ludendorff geen Hitler. Zowel de revolutionair van het communisme als wel de revolutionair van het nationaalsocialisme werden de actieve politiek in gekatapulteerd. Natuurlijk zijn daar veel kanttekeningen bij te plaatsen, maar het patroon is ontegenzeggelijk daar. Het is een bekend politiek verschijnsel. Soms creëert men zijn eigen monsters. Lenin werd in stelling gebracht om het oostfront te bedwingen, maar leverde een nieuwe vijand van formaat op, die Europa meer dan zeventig jaar in de greep zou houden en via de Koude Oorlog mondiaal zijn invloed deed gelden. Met het lanceren van ‘de Oostenrijker met de grote mond’, zoals Hitler al direct in de begintijd van zijn politieke carrière werd genoemd, werd uiteindelijk ook een kracht ontketend die zich tegen de wereld en Duitsland zelf keerde. Toen de ondergang van nazi-Duitsland onafwendbaar voor de deur stond, gaf Hitler het beroemde Nero-bevel, waarin hij de facto van Duitsland zelfvernietiging eiste. Slechts door sabotage en chaos van zijn eigen verschrompelde instanties, werd dit voorkomen.

Ludendorffs schaduw hield dus niet op in 1918. Hierin zie ik dan ook de belangrijkste aanvulling op de soms heel leesbare en goede biografieën die er over Ludendorff bestaan, zoals die van Nebelin en Goodspeed, om er maar enkele te noemen. Ook de memoires van veel ooggetuigen, zoals Breucker, een renegaat, zijn een dankbare bron. Maar de brug die Ludendorff vormde tussen de beide oorlogen, en zijn revolutionaire dynamiek waarvan hij een beslissend deel uitmaakte, zijn nimmer benoemd of worden veronachtzaamd. Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat de naam Lenin in de meest toonaangevende biografie van Von Hindenburg, Ludendorffs superieur, simpelweg niet voorkomt en het getuigt van een grote naïviteit dat Ludendorffs biograaf Nebelin diens rol in de tocht van Lenin naar Zwitserland volkomen bagatelliseert. Kortom, de historische dimensie van de figuur Ludendorff is in facetten goed bekend (Tannenberg, Hindenburglinie) maar zijn rol achter en voor de schermen na 1918 is veel minder bekend en deels door de enorme invloed van Hitler later simpelweg vergeten. Daarbij is de rol die Ludendorff tijdens de Eerste Wereldoorlog speelde ook aanzienlijk groter geweest dan veelal gedacht wordt. Achter de rust en zelfverzekerdheid van Von Hindenburg stond de tomeloze energie van Ludendorff.

Na mijn studie over Hongarije, de geopolitiek en Karl Haushofer, vormde Ludendorff een synthese binnen het eigen werk. Hij koppelde geopolitiek aan antisemitisme, en verbond bovendien de twee wereldoorlogen aaneen. Zoals de twintigste eeuw zich het beste liet verklaren uit de ‘korte 20ste eeuw’ (1914-1945), en de Koude Oorlog tot 1989 daar een gevolg van was, zo waren de jaren 1915-1925 voor de rol van Ludendorff in dezen van groot belang. Strateeg en tacticus van 1914-1918, en ideoloog en ‘politicus’ van 1918-1925. In de jaren daarna verdween hij, zoals we reeds zagen, door sektarisme meer en meer naar de achtergrond, om te eindigen op het slaperige kerkhof van het schilderachtige plaatsje Tutzing, waar inmiddels zelfs de bewoners hem vergeten zijn.

 

Dr. Perry Pierik

Soesterberg

Verschenen in de serie over de Tweede Wereldoorlog:

 Timosjenko en de tweede Slag om Charkov -het drama van mei 1942
Een vergeten offensief
ISBN: 9789463380287  via info@uitgeverijaspekt.nl 9,95

Fragment: De heuvels van Ternovoe en de start van het offensief, een teken aan de wand

charkov-persbericht
Om 07.00 uur ‘s ochtends van de 12 de mei ging de telefoon bij de staf van de Duitse 3de Panzer-Division die gelegerd was in de stad Charkov. De divisie was, net als de 454. Sicherungs-Division, de afgelopen weken bezig geweest met de voorbereidingen van het zomeroffensief. De divisiecommandant was net vijf dagen geleden teruggekeerd van vakantie en de 01 van de divisie, verantwoordelijk voor de inrichting van de divisiehoofdkwartieren, was net naar Poltava gereisd, waarbij hij de divisiecommandant nog net gedag kon zeggen voor hij zelf voor vakantie vertrok. Zijn positie werd overgenomen door de Ib. van divisie Hauptmann Danckworth, die op zijn beurt door Hauptmann Krebs vervangen werd. Er werd overleg gevoerd met officieren van de 71ste Infanterie-Division die deels uit het front werd genomen voor nieuwe taken. Een van die nieuwe taken was het wegnemen van de Isjum- frontboog, uitgerekend de plaats waar Timosjenko, naast een kleine frontuitstulping ten noorden van Charkov (het Staryi Saltov front), zijn legers had laten opmarcheren voor het komende offensief. Het Duitse aanvalsplan zou in feite de introductie vormen van het grote zomeroffensief en was Operatie Fridericus gedoopt. Het haastige telefoontje in de vroege uren doorkruiste deze plannen geheel. Het was de Stafchef van het Duitse 6de leger die belde en meldde dat het Duitse front bij het XVII. en VIII. Legerkorps werd aangevallen door een grootschalig Sovjetoffensief. De gevechtsgroep die voor Operatie Fridericus paraat stond, moest zich direct mobiliseren met de opdracht het 6de leger onder bevel van generaal Friedrich Paulus, die later in Stalingrad voorpaginanieuws zou worden, direct te melden wanneer dat zover was. De staf van de 3de Panzer-Division haastte zich om de officieren Oberst Westhoven en Oberstleutnant Schmidt-Ott te waarschuwen die nog de vorige dag op de staf van de 3de Panzer-Division met officieren van de 71ste Infanterie-Division hadden overlegd over het plan Fridericus. Om 09.30 uur kon Hauptmann Danckworth het 6de leger melden dat de Kampfgruppe Schmidt-Ott zich aan het klaar maken was, maar dat dit de enige eenheid van de divisie was die men op korte termijn mobiel kreeg om in te zetten. Om 11.30 uur nam de staf de officieren Westhoven en Schmidt-Ott apart om het bij te praten over de gang van zaken.


Bij de 23ste P.D., die ook in Charkov lag, was de alarmmelding om 07.30 uur binnengekomen. De divisiecommandant was snel telefonisch bijgepraat, en ook hier werd snel en adequaat gereageerd. De staf besloot dat om 13.30 uur de eerste eenheid paraat moest staan bij de Tractorenfabriek van Charkov, om vanuit daar aan te treden. De eenheid die het snelst gemobiliseerd was, waren de motorrijders (Kradschützen 23), samengebald in de zogenaamde Kampfgruppe ‘Heydebrand’. De gevechtsgroep werd versterkt door de Panzerjäger van de 71ste I.D. De eenheid werd binnen 24 uur door het Rode Leger onder de voet gelopen.
De Sovjets hadden 923 tanks bijeen geschraapt voor een aanval met gewicht en ambitieuze doelen. Timosjenko had aanvankelijk om 1200 of meer tanks gevraagd, maar daarmee zijn hand bij de Stavka overspeeld. Desondanks was het een respectabel aantal tanks, en uit gevechtsrapporten weten wij dat de Duitse infanterie die in de voorste linies stond, enorm schrok van het aantal Sovjetpantsers dat werd ingezet. Op de eerste dag waren dat zo’n 400 stuks, het leeuwendeel aan het noordelijke front tegen Charkov. Daarnaast had Timosjenko ook tientallen infanterie en cavalerie-eenheden ter beschikking verzameld in meerdere legers. Maar getallen zeggen niet alles. De tanks waren van wisselende kwaliteit. Zo had hij 80 KV-1 en 239 T-34’s, de betere en zwaardere tanks. Maar 21% van de aanvalsmacht bestond ook uit Britse en geallieerde Matilde II en Valentine tanks. Ongeveer 33% van de Sovjettanks waren lichte types, zoals de T-60, of erger nog BT-2 en BT-5 tanks, zodat de stalen vuist haarscheurtjes kende. Van de 19 tankbrigades van Timosjenko waren er maar 6 die voldeden aan de Sovjetstandaard van maart 1942. Er was tevens gebrek aan brandstoffen, ook de munitie was niet overvloedig aanwezig. Maar geen enkele generaal was werkelijk klaar voor een offensief en moest roeien met de riemen die hij had. De politiek, Stalin, bepaalde, en Timosjenko was gedreven genoeg de uitdaging aan te gaan, ondanks aarzelingen van overige Stavka-leden die nauwelijks durfden tegen te spreken.
Het Sovjetoffensief voorzag in de dubbele stormloop. De noordelijkste vond plaats in de zogeheten Staryi Saltov sector, met het 21ste, 28ste en 38syte leger, en de zuidelijke aanval vond plaats vanuit de frontboog van Barvenkovo. De Sovjetartillerie-beschieting vond plaats op 07.00 uur. We zullen uitgebreid stil staan bij de eerste dag, want die was typerend voor de problemen van Timosjenko. De Sovjets hoopten het Duitse front te kunnen oprollen voor mobilisatie van mobiele Duitse reserves.

Timosjenko wist dat de Duitsers de 3de en 23ste Panzer-Division bij Charkov hadden liggen. Het was een mooie zonnige dag, de 12de mei, maar het werd een dag van verschrikkingen voor de Duitse 294ste Infanterie-Division. Deze divisie was langs het grootste deel van de frontlijn langs het noordelijke front bij Charkov gelegerd en was onderdeel van het XVII. Korps. De eenheid was in 1940 opgericht en stond bekend als de Kleeblattdivision: klavertje vier. Dit was verwarrend genoeg dezelfde naam als de 71ste Infanterie-Division die aan het gelijke front lag en werd afgelost door de 294ste divisie. Die eenheid stond onder bevel van generaal der infanterie Johannes Block, die pas twee maanden daarvoor, in maart 1942, het bevel had overgenomen van generaal Otto Gabcke. Block was een echte ijzervreter en had op 22 december het Ritterkreuz verkregen. Hij had ervaring als regimentscommandant (Regiment 202), voordat hij op klom tot divisiecommandant. De in 1894 te Buschdorf geboren officier zou voor een van zijn zwaarste opdrachten komen te staan. Na zijn tijd bij de 294ste Infanterie-Division zou hij opklimmen tot commandant van diverse korpsen om uiteindelijk te sneuvelen in januari 1945 aan het Weichselfront. De drie Sovjetlegers wierpen direct zware tankeenheden in de strijd tegen de defensieve posities van de 294ste Infanterie-Division, onder andere eenheden van de 36ste en 90ste Sovjet- tankbrigade. De Duitse eenheden in het gebied hadden veldstellingen, prikkeldraadversperringen en mijnenvelden, maar de sterkste formaties vormden de plaatsjes, die deels ter verdediging waren uitgebouwd. De rivierlopen van noord van naar zuid, stonden haaks op de Sovjet-aanvalsrichting en waren daarmee in het voordeel van de verdediger. Maar de lijn was dun bezet toen Timosjenko’s Valentines, T-34’s, en zware KV’s naar het westen reden. Een handjevol Panzerjäger van de 294ste Infanterie-Division probeerde met vijf Pak 38 kanonnen het onvermijdelijke te voorkomen, maar werd simpelweg onder de voet gelopen. Bij het 21ste Russische leger waren eenheden van de 76ste Infanterie-Division, die daartoe speciaal waren opgeleid, snel naar voren gekomen en hadden reeds in de nacht kleinen bruggenhoofden gevormd aan de noordelijke uitlopers van de Donetsj-rivier. Rond Bezliudovka en Novia Tavolzhanka waren daardoor goede uitgangspunten gecreëerd voor een verdere opmars. De plaatsjes waren gehuchten die zelfs op de gedetailleerde OKW kaarten niet voorkwamen, maar hier wel een belangrijke rol speelden. De Russische 293ste Infanterie-Division onder generaal P.F.Lagutin kon via de stellingen van de 76ste divisie van generaal G.G.Voronin naar voren worden geschoven en naar voren stormen. De gehele frontlijn van de 294ste divisie stond onder druk. Ook de 227ste Infanterie-Division van kolonel G.A. Ter-Gasparian werd nu naar voren geworpen. Over de volle breedte werd vier à vijf kilometer terreinwinst geboekt, en werden de Duitse eenheden verslagen en teruggeworpen. In Varvarovka werd het kleine Duitse garnizoen omsingeld dat zich echter wel verbeten bleef verzetten. Als een magneet zoog het plaatsje de Sovjet-troepen en de aandacht op. Er is later wel opgewezen dat Varvarovka het Russische ‘Bastogne’ was, de hardnekkig verdedigde plaats tijdens het Ardennenoffensief, waar de Amerikanen talloze Duitse eenheden aan zich bonden. In zekere zin was dit waar. De lessen van de Blitzkrieg – niet modderen, maar doorvreten’ van Heinz Guderian – waren tot Timosjenko niet diep genoeg doorgedrongen. Maar los van dit alles leken de eerste resultaten toch spectaculair. De troepen waren langs het noordelijke front in volle breedte doorgebroken, maar er waren ook eerste tekenen aan de wand.


Deze tekenen deden zich voor bij de heuvels bij Ternovoe en bij het plaatsje Nepokrytaja. Het Russische leger is in de geschiedenis altijd gekenmerkt door een zekere bravoure en onverschilligheid. De Russische soldaat was dapper, maar ook spilziek. Bij het 38ste leger wist de 169ste Russische Infanterie-Division de stellingen van het Duitse regiment 556 succesvol onder de voet te lopen. De heuvels, waarop de Duitsers gelegerd waren geweest, waren veroverd. Tevreden met dit succes lieten de Sovjets na zich in te graven of om succesvol door te stoten. De onvermijdelijke Duitse tegenaanval liet niet lang op zich wachten. Zich bewust van hun numerieke zwakte, wilden de Duitsers hun goede posities op de heuvel niet opgeven en joegen het Rode Leger in een handige aanval er weer vanaf. De schok bij de staf van het Russische leger was groot. Vanaf de heuvels hadden de Duitsers vuurmogelijkheden op de flanken van de Sovjetaanval, waardoor het regiment 680 van het Rode Leger gevaar liep. De Russische reactie was wel adequaat. De opperbevelhebber van de Sovjets, generaal Riabyshev, kwam persoonlijk naar het front om de situatie met de plaatselijke commandant Rogachevsky te bespreken. Er was voor Riabyshev maar een oplossing en dat was de heuvel direct te weer hernemen. Allerhande eenheden werden bijeen gebracht en Roabyshev leidde persoonlijk de aanval op de heuveltoppen. Tegen zoveel geweld waren de ’Landser’ van de 294ste Infanterie-Division niet opgewassen en zij werden verdreven naar de bossen bij Ternovoe. De heuvels waren weer in Sovjet-handen. De historicus David Glantz, die gespecialiseerd in de Russische zijde van het Oostfront, weet niet of de Sovjet soldaten Riabyshev waren gevolgd uit respect voor zijn aanvalsmoraal of uit pure angst voor zijn vergelding.
‘Er staat niets meer tussen Nepokrytaja en Charkov’
Nepokrytaja heette het tweede obstakel en was de reddingsboei, waaraan het noodlot van de 294ste Duitse divisie en mogelijk kleine eenheden van de 71ste divisie hing. Ter verovering werden het 38ste leger van generaal Moskalenko en de eenheden van de 226ste Infanteriedivisie en 36ste tankbrigade ingezet. De Duitsers hadden ook hier weer goed gebruik gemaakt van het terrein en zagen de plaatjes als kleine fortificaties. Vanuit artillerieposities namen zij de aanvallende Russen onder vuur, en probeerden de heuvels en waterweg de beheersen. De Sovjets waren beperkt in hun bewegingen en het ging er bijzonder heftig aan toe. Ondanks de vele pantsertroepen van het 38ste leger was artillerie onontbeerlijk. Grote eenheden onder bevel van de Russische majoor V.M. Likhachev probeerde de Duitsers uit te roken. Een tankbataljon onder bevel van Shastakov ondersteund door infanterie drong Nepokrytaja binnen. De aanwezige artilleriebatterij met 155 mm kanonnen schoot point blank in de aanvallend Russische eenheden. Het kwam tot vreselijke gevechten, waarbij de artillerie onder de voet werd gelopen, maar ook de aanvallende tanks vreselijke verliezen leden. Glantz spreekt in zijn studie over enige tanks, maar Robert Forczyk sprak in zijn studie over de tankoorlog aan het Oostfront, van een verlies van een twaalftal Matilda II tanks. De commandant van het Russische pantserbataljon, Shastakov, sneuvelde bij de gevechten. De strijd duurde verschillende uren en toen was Nepokrytaja in Russische handen.


Vreselijke gevechten vonden ook plaats bij het plaatsje Bolshaya Babka en Ternovaja. Ook hier hadden de Duitsers zich ingegraven en verschanst in huizen, achter mijnenvelden en prikkeldraadversperringen. De stormloop van het Rode Leger had hier weinig succes. De verliezen waren enorm. Vijftig procent van de eenheden, die hier werden ingezet, lieten volgens Glantz het leven. De basis aan het noordelijke front van waaruit de triomfantelijke tocht naar Charkov had moeten beginnen, was een weliswaar brede maar ondiepe doorbraak, gestoord door vele Duitse verzetshaarden in kleine, maar goed uitgebouwde pockets. Kolonel Freiherr von Bechtelzheim, die verbonden was aan het in Charkov gelegerde XXIX. Legerkorps, hoorde de eerste meldingen binnenkomen, en toonde zich verrast, terwijl hij meldde dat de 294ste infanteriedivisie vrijwel vernietigd was. Dit klopt in zoverre dat er van een gesloten front geen sprake meer was, maar de manschappen die nog stand hielden, beten zich hardnekkig vast in de Russische bodem, omdat overgave aan het Oostfront nimmer een te benijden optie was. Als door een slang gebeten, richtte de woede van Timosjenko zich op de verschillende pockets. Een goede diepte-aanval bleef uit. De tanks opereerden dicht op de infanterie en maakten geen gebruik van hun gebundelde vuist en de ruimte, hoewel het terrein ook niet optimaal was.

 

charkov-divisie

Advertenties